Bergden                                                   

De bergden is een struik met vele liggende gekromde stammen of een tot 25 m hoge boom met een kegelvormige kroon.
Hij ontleent zijn naam aan het feit dat hij inheems is in bergstreken van Zuid-en Midden-Europa.
In het laagland komt hij, behalve in sommige heidegebieden, in het wild vrijwel niet voor.
In alpine streken groeit hij tot 2400 m met grote populaties aan de boomgrens.
Hij is zeer bestand tegen wind en vorst en kan 5 – 10 jaar oud worden.
Hij hoort tot de beschermde gewassen.
Door zijn breed en rijk vertakt wortelsysteem houdt hij aarde en losse stenen vast.
Hij wordt daarom graag in de bergen aangeplant, waar erosie en lawinegevaar bestaat.

Evenals de pijnboom staan bij de bergden de naalden paarsgewijs in een schede aan de korte loten.
Ze zijn 3-6 cm land, hard, stijf, meestal stomp en donkergroen.
Ze staan dichter bijeen dan bij de pijnboom.
Zijn bloemen zijn slanker en langer.
De kegels staan tot 4 bijeen in kransen. Ze zijn eivormig en glanzend bruin. De schors is grijsbruin tot zwartgrijs en schubbig